Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home   Openbare orde en veiligheid   Handhaving   Handhaving Recreatiewoningen / zomerhuisjes

Handhaving Recreatiewoningen / zomerhuisjes

Het gebruik van recreatiewoonverblijven als hoofdwoonverblijf is niet toegestaan, ook niet als het om een tijdelijke situatie gaat. Hiertegen zal de gemeente handhavend optreden.

In bestemmingsplannen worden de gebruiksmogelijkheden van gronden en objecten geregeld. Zo geeft een bestemmingsplan aan op welke adressen mag worden gewoond en waar het gaat om recreatiewoningen of zomerhuisjes. Recreatiewoningen en zomerhuisjes zijn bestemd voor recreatief gebruik door personen die elders een hoofdwoonverblijf hebben. Een hoofdwoonverblijf is 'het adres dat iemand kiest als het centrum van zijn sociale en maatschappelijke activiteiten'. 

Hoofdwoonverblijven zijn alleen toegestaan op adressen die in het bestemmingsplan voor bewoning zijn bestemd. Als een adres een recreatieve bestemming heeft maar het wel als hoofdwoonverblijf wordt gebruikt, is er sprake van onrechtmatige bewoning. De gemeente Aalsmeer heeft een beleid ten aanzien van onrechtmatige bewoning van recreatiewoonverblijven. Hieronder wordt het beleid uitgelegd. Het volledige beleid staat sinds 30 december 2009 op de gemeentelijke website gepubliceerd.

 

Hoofdregel

Het gebruik van recreatiewoonverblijven als hoofdwoonverblijf is niet toegestaan, ook niet als het om een tijdelijke situatie gaat. Hiertegen zal de gemeente handhavend optreden.

Uitzonderingen op de regel

Indien u de recreatiewoning of het zomerhuisje vóór 31 oktober 2003 onafgebroken bewoond wordt in bepaalde gevallen van handhavend optreden afgezien en wordt het illegaal bewonen van recreatiewoningen en zomerhuisjes tijdelijk gedoogd. Hiertoe wordt dan een zogenoemde tijdelijke persoonsgebonden gedoogbeschikking afgegeven. Deze beschikking is een besluit, dat specifiek is gericht aan één of meerdere met naam genoemde personen. De beschikking staat toe dat deze personen gedurende een bepaalde tijd hun recreatiewoning of zomerhuisje mogen blijven gebruiken voor bewoning, zonder dat de gemeente daar handhavend tegen optreedt. De tijdelijke persoonsgebonden gedoogbeschikking vervalt in ieder geval op het moment dat de eigenaar/bewoner geen gebruik meer maakt van de beschikking of komt te overlijden.

 

Geschiktheid van de recreatiewoning of het zomerhuisje

In het gemeentelijke beleid is vastgesteld dat bij elke recreatiewoning of zomerhuisje dat in aanmerking komt voor een tijdelijke persoonsgebonden gedoogbeschikking, er individueel wordt beoordeeld of de woning geschikt is voor dit gebruik. Het college houdt dus naast het overgangsbeleid de vrijheid om te beoordelen of de locatie en de recreatiewoning geschikt zijn of kunnen worden gemaakt voordat zij een persoonsgebonden gedoogbeschikking verleent. Bij de beoordeling of de woning en locatie geschikt zijn zal ook gelet worden op de bouw- en milieuregelgeving, de gevolgen voor de omgeving en de natuur en het Rijksoverheidbeleid inzake recreatiewoningen.

In alle andere gevallen

Tegen overtredingen van het verbod op onrechtmatige bewoning treedt de gemeente handhavend op. De gemeente heeft dwangmiddelen ter beschikking om een einde te maken aan de overtreding. Zo kan er een dwangsom (een soort boete) worden opgelegd. Als dit niet helpt kan de gemeente uiteindelijk bestuursdwang toepassen (een soort uitzetting). Voordat de gemeente daartoe over gaat krijgt de betrokkene eerst zelf de gelegenheid om de overtreding te beëindigen.

 

Inschrijving in gemeentelijke basisadministratie

Als iemand zich inschrijft in de gemeentelijke basisadministratie (GBA) op een adres dat geen woonbestemming heeft, zoals een recreatiewoning, dan geeft de betrokkene daarmee aan op dat adres te (gaan) wonen. De gemeente mag deze inschrijving op grond van de Wet gemeentelijke basisadministratie (Wet GBA) niet weigeren. Deze wet gaat namelijk uit van de feitelijke situatie, of die nu wel of niet in strijd is met andere wetgeving. In verband met bijvoorbeeld calamiteiten is het van belang te weten wie op welke plek woont. Dat betekent nog niet dat daarmee bewoning is toegestaan. Het bestemmingsplan bepaalt immers of er ergens gewoond mag worden of niet. Degene die zich inschrijft op een recreatieadres wordt hier op gewezen. De afdeling die is belast met handhaving wordt in kennis gesteld waarna het handhavingstraject in gang wordt gezet.

Wanneer u naar aanleiding van het voorgaande nog vragen of opmerkingen heeft kunt u contact opnemen met het cluster handhaving op telefoonnummer 0297 – 38 75 75

Downloads

Beleid Handhaving gedogen recreatiewoningen
terug naar Handhaving
 

Uitgelicht


Zoeken